Mapping de stad

 

Gepubliceerd in: Mba-Kajere, zomer 2000, pp. 10-12.

 

Marc Schuilenburg

 

1. De filosofie van het skateboarden

Gevraagd naar het succesverhaal van zijn pupil Alberto Tomba, antwoordde de trainer: "Tomba kan elke soort sneeuw aan, hij voelt hoe scherp hij de ski's moet kantelen. Hij past zich niet aan de sneeuw aan, nee, hij dringt de sneeuw zijn kracht op." De skateboarder wordt Alberto Tomba. Hij terroriseert de stad in zijn rizomatische bewegingen. In andere woorden, de skateboarder schikt zich niet aan het lokale straatbeeld, hij gaat er doorheen, overheen, omheen, gebruikt de straat om, met de Franse filosofen Deleuze en Guattari te spreken, in een flux te geraken. Het effect is dat door zijn in weerstand verkregen beweging specifieke punten als trapleuningen en stoepranden een generieke werking krijgen. Deze losse punten stellen zich beschikbaar als drager van een veelheid aan betekenissen. In zekere zin zijn deze betekenissen al present zonder dat ze gerepresenteerd hoeven te worden.
Om dit te begrijpen moet een onderscheid worden gemaakt tussen twee assen van verschijning: de as mogelijk-werkelijk en de as virtueel-actueel, een onderscheid dat bovendien kan helpen inzicht te verkrijgen in Deleuze en Guattari's concept van virtualiteit. Typerend voor de as mogelijk-werkelijk is dat de werkelijkheid wordt begrepen vanuit een onderliggende wereld die er nu nog niet is. Deze as kent een lineaire uiteenzetting. Maar hoe verhoudt het virtuele zich tot het actuele? Voor Deleuze en Guattari is het virtuele toekomst/verleden van het heden. Anders dan een mogelijkheid realiseert een virtualiteit zich niet: een virtualiteit wordt actueel. Actualisering is altijd creatief, omdat het in tijd en met tijd plaatsvindt. In zijn voortdurende verplaatsing laten de bewegingen van de skateboarder zich dan ook zich niet kanaliseren of coderen door een regel of wet. Anders dan mechanische verbindingen, waarin sprake is van een vooropgezet plan, creëert hij zijn omstandigheden zelf en trekt hij zijn eigen vluchtlijnen. Dit om de verkregen snelheid te behouden, te verhogen of over te springen naar andere geactualiseerde punten. De lijn van de skateboarder is virtueel.
Gelijk aan windsurfen is er bij skateboarden (sidewalk-surfing) geen sprake van lineaire bewegingen waarbij iedere keer de afstand van A naar B wordt afgelegd. Vooral relatief nieuwe sporten als snowboarden, hanggliding, crowdsurfen, powerkiting en bovenal joyriding zijn beweeglijker dan beweeglijk. In deze zin gaan ze veel verder dan sporten als voetbal, tennis en wielrennen, die traditioneel worden begrensd door universele regels van ruimte en tijd. "Doelpunt in blessuretijd", "opslag buiten de lijnen", "uitsluiting door tijdsoverschrijding": dit is definitief voorbij. Tegenwoordig vormen oneindige bewegingen, golven zonder begin en einde, het middelpunt. Deze bewegingen hebben geen enkele vorm. Ze zijn niets meer dan abstracte lijnen. In een interview benadrukte de cineast Jim Jarmusch het belang van deze deterritorialiseringslijnen: "If you don't know where you're going, it's a lot harder to get lost." Vraag dus nooit: "Waar ga je heen?" of "Waar kom je vandaan?" De skateboarder is altijd ergens en tegelijk nergens: hij verdwaalt zonder de weg kwijt te raken. Hij is een stadsnomade geworden.

 

2. De terreur van de stad als massamedium

Gesteld dat er een "ruimte van het terrorisme" bestaat. Dan kenmerkte deze ruimte zich door aanslagen op vaste (knoop)punten als ambassades, luchthavens en militaire bases: centrale punten binnen sociale netwerken. Maar terroristen hebben deze centra allang niet meer nodig. Heden ten dage is het aantal geschikte locaties tot een expantionele macht verheven; de omgeving heeft haar vaste betekenis verloren. We zijn allemaal terroristen geworden. Om deze reden schuilt er steeds minder een politieke boodschap in het wereldwijde terrorisme, worden aanslagen niet meer opgeëist, neemt het aantal nepbommen evenredig toe.
Neem nu de aanverwante terreur van de graffiti. Dit schrijven (dus niet spuiten) is steeds verder los komen te staan van de oorspronkelijke Amerikaanse jeugdbendes of gangs die in de jaren zestig in New York City hun ghetto’s afgrensden door middel van tags: een als logo vormgegeven naam. Overgewaaid naar Europa poogt een nieuwe generatie schrijvers als Dealers in Damage, Mazl, Stinky, Aura, en Penis hun pieces door de gehele stad te verspreiden. In het bijzonder op muren en treinen zijn deze kleine ingrepen - "fuck dance, let's art" - te aanschouwen. Op hun manier communiceren deze schrijvers met col-lega's uit andere scenes. Interlokale liefde. Elke piece zet een andere in werking. Iedere locatie is een midden geworden, niets meer veilig, een gerichte bestrijding onmogelijk.
Probeer het uit. Plaats een bom of schrijf een piece op een willekeurig punt. Het wordt vanzelf een middelpunt. Motiveer je beweegredenen altijd achteraf. Want juist in de omkering van het scenario van de politiek schuilt de onoplosbaarheid van de terreur. Daarom is de vraag "Is het terrorisme te bestrijden?" een verkeerde. Immers, waarom kenden totalitaire regimes als nazi-Duitsland en fascistisch-Italië geen terrorisme? Zo maakt Wim Wenders in zijn film "The End of Violence" duidelijk dat door middel van een netwerk van videocamera's een gehele stad zichtbaar en controleerbaar kan worden gemaakt. Valt dit af te doen met Baudrillard's frase: "Ach, dat is maar een film", of behoort de vraag te zijn: "Willen we leven in een totalitair regime?"

 

3. "Heaven is a place where nothing ever happens"

In "De lessen van don Juan" schrijft de jonge Amerikaanse antropoloog Carlos Castaneda hoe zijn leermeester, don Juan, hem op een zekere dag voor een raadsel stelt: "Vindt een plek op de veranda waar je kan zitten zonder moe te worden." De idee was de verschillen tussen alle mogelijke plekken uit te vinden, om op deze wijze het specifieke punt te ontdekken waar hij zich op zijn gemak kon voelen. Na méér dan zes uur te hebben rondgedwaald op een veranda van drie en een halve bij twee en een halve meter, valt Castaneda op de juiste plaats in slaap. Hij had de veranda op alle ingangen doorzocht, was doodlopende straten ingelopen, had stoptekens genegeerd, snelheidsovertredingen begaan. Kortom, Castaneda had de veranda in kaart gebracht. En had zichzelf op de kaart gezet.
Volgens Deleuze en Guattari is een kaart open en voortdurend in staat veranderingen te ondergaan. Ze kan gedemonteerd en omgekeerd worden, gaat in al haar dimensies verbindingen aan. In zekere zin is een kaart dan ook een kwestie van handelen; ze kent geen midden, alleen een veelheid aan middden(s). In de verketening van deze punten wordt de overgang van het eiland naar het net zichtbaar. Het netwerk ver-loste zo het eiland van zijn begrensdheid en beslotenheid van de buitenwereld. Omdat het verbondende plaats heeft gemaakt voor de verbinding, zou men vrij naar Foucault en Virilio kunnen zeggen, dat het niet langer draait om een duidelijk aanwijsbaar machtscentrum. Lijn en streep vervangen de cirkel.
Maar in antwoord op de beweeglijkheid van netwerken komt het besef dat het eiland niet wijkt voor het netwerk. Het eiland maakt het netwerk begrijpelijk. Dit is geen metafysica, alleen werktuiglijk. Zo is het eiland nog altijd te herkennen in het netwerk. Denk bijvoorbeeld aan winkelcentra of aan bepaalde gebieden in grote steden als Los Angeles of Buenos Aires, waar rijken zich achter muren terugtrekken. Voorheen openbare ruimtes, nu voorzien van privé-bewakingsdiensten - "Big Brother, watch me, watch me please" - waar met name in de Verenigde Staten bijna bijbelse geboden gelden: "Gij zult niet zonder shirt of schoenen rondlopen"; "Gij zult geen pamfletten uitdelen"; "Gij zult geen politieke of religieuze opvattingen verkondigen". David Byrne bezong het evangelie in 1979: "Heaven is a place where nothing ever happens." Geen skateboarder en graffiti te bekennen.

 

4. De transversaliteit van het spelen

Skateboarders, graffiti en Castaneda. Wat maken ze duidelijk? Naar mijn mening is er naast een horizontale en een verticale expansie een derde stedelijke beweging waarneembaar, een beweging die ik tegen de achtergrond van het werk van Deleuze en Guattari transversaal wil noemen. Transversaliteit opereert in de heterogeniteit en gaat uit van het adagium "alles bestaat, alleen sommige dingen lukt het te verschijnen". Met andere woorden, ze bedenkt niets nieuws, begrijpt slechts elke relatie vanuit een midden. Vertaald naar een stedelijke ervaring onttrekt deze beweging zich aan de horizontale en verticale vlucht die steden (figuren zonder limiet) ondernemen. Wellicht is onttrekken niet de juiste benaming. Beter is het te spreken van een doorkruising die zich uitzet op een plat of uitwendig vlak. Aarzel derhalve nooit. Herken de ongekende mogelijkheden van het brailleschrift. Bekijk hiertoe ieder punt nooit van links naar rechts of van beneden naar boven, maar altijd als een midden. Want in tegenstelling tot de verbindingen tussen vaste (knoop)punten, die slechts de afstand A naar B kunnen bevatten, staat een punt naar alle kanten uit. De kortste weg tussen twee punten is nooit de verbinding maar te allen tijde een nieuw middelpunt. We beleven het einde van het netwerk. De wet maakt plaats voor het spel. Het punt vervangt de lijn en streep.