Reviews of Mediapolis. Popular Culture and the City

(Rotterdam: 010-Publishers, published 2007)

 

Mediapolis is an exciting and particularly intriguing book. Take the title itself: Mediapolis is more like the title of a DC comic by Peter Kuper or Frank Miller than a serious treatise on the present-day metropolitan situation. The authors, Marc Schuilenburg and Alex de Jong – alias Studio Popcorn – display a preference for popular culture because pop culture, as they write in their introduction, offers ‘an opportunity to approach our living environment from a different angle'. (…) The authors have enriched the Dutch language with two splendid terms: pop modernism and pop philosophy. (…) I can only find one example in the Netherlands of this type of radical and conceptual writing: the writers' collective Bilwet, which performed pioneering work in the eighties and nineties in the context of media theory, with their crazy, intriguing books. (…) The terms applied in Mediapolis also betray conceptual euphoria, a lust for life, the joy of play, and zap behaviour: ideas and concepts tumble over one another, notions appear and vanish, theories condense and evaporate, and leitmotifs turn out to be loose ends without ties. (…) The many ‘beats per minute' that Schuilenburg and De Jong present us with take us on an incredible trip that can only be compared to the hypnotic sounds of drum & bass. At the end, you know more about military games than ever, more about ‘urban' and Afro-Futurism that you ever wanted to know, and more about the importance of the ‘scenius' for our digital culture than you could ever imagine. Stacking, tying together, plodding on, unravelling, and beginning all over again. That is Mediapolis.

Siebe Thissen, at the presentation of Mediapolis in the Netherlands Architecture Institute (Rotterdam), January 11th, 2007

Is het dan overdreven te stellen dat het fundament onder architectuur en stedenbouw is weggeslagen? Wat staat architecten en stedenbouwers nog te doen als hun medium – het materiële en bestendige – ernstig aan belang inboet, en al helemaal niet meer het vermogen heeft gemeenschappen te vormen of te symboliseren? Wat verlangen wij nog van de stad? Waar en hoe ontmoeten wij elkaar, wie krijgen er toegang en wie worden er buitengesloten? Het zijn vragen die Mediapolis buitengewoon actueel maken. De Jong en Schuilenburg verliezen zich niet in schrille, postmoderne opwinding, ze overtuigen als ze stellen dat die versmelting een revolutie betekent in onze beleving van stedelijkheid.

Edzard Mik in: Vrij Nederland, January 20th 2007

We hebben hier te maken met een boek dat – als er nog enige gerechtigheid bestaat – verplichte kost wordt op elke opleiding die iets doet aan mediatheorie en stedelijkheid.
De twee lijnen die in Mediapolis het meest briljant – en dat woord gebruik ik niet licht – worden uitgezet zijn een extrapolatie van de logica van populaire computergames als conceptuele voorbereiding van de maatschappij voor de militarisering van de openbare ruimte. En een betoog over het belang van ad hoc groepsvorming door muziek en geluid als een belangrijke positieve factor in de vorming van stedelijke cohesie. Mediapolis is on-Nederlands goed en verdient het om massaal bediscussieerd te worden door lokale sceniussen en cultuurkabouters.

Wilfried Hou Je Bek at www.archined.nl, February 1st 2007

In hun boek halen Schuilenburg en De Jong het klassieke denken over stedelijkheid compleet onderuit. Ze weken het los uit zijn stedenbouwkundige holster, waar het naar hun oordeel veel te lang in vastgezeten heeft. Het kan bijna niet anders of de makers van de afgelopen week geopende Mapping the City in Stedelijk Museum CS zullen even hebben geslikt bij lezing van de eerste lovende kritieken over Mediapolis in de pers. Welke ‘city’ in deze tentoonstelling ook ‘gemapt’ wordt, het is geen mediapolis. In vergelijking met het lichtelijk geëxalteerde trendwatchen van Schuilenburg en De Jong, biedt Mapping the City een geheel ander soort stedelijkheid, vertrouwder, ouderwetser. Een boek als Mediapolis laat zien dat er over de hedendaagse stad ook heel anders gesproken kan worden. In de visie van Schuilenburg en De Jong staan niet de 19de-eeuwse sentimenten als onthechting en vervreemding centraal, maar gemeenschappelijkheid, interactiviteit en ‘connectiviteit’. Het mag een goede follow-up zijn van de huidige tentoonstelling heten: Mapping the City II: Mediapolis. Het wordt een tentoonstelling waarin op wervelende wijze het 21ste-eeuwse stadsleven in kaart is gebracht, aan de hand van muziek, de modes, de games, de nieuwe gemeenschappen en collectieven in de kunst en daarbuiten.

Domeniek Ruyters in: de Volkskrant, February 22nd 2007

De vele voorbeelden uit de techno, samples, grime, of de beeldcultuur maken Mediapolis tot een zeer leesbaar boek. De theorie die De Jong en Schuilenburg ontwikkelen biedt in ieder geval voldoende aanknopingspunten om te onderzoeken hoe voorbeelden van samenwerking in de game-industrie als inspiratie kunnen dienen voor stedelijke – en waarom niet ook landelijke – ontwerpprojecten.

Martin Woestenburg in: Blauwe Kamer, nr. 1, February 2007

Het voordeel van die onconventionele aanpak is dat er vrij van strakke categorieën geredeneerd kan worden. Zo wordt een overtuigende link gelegd tussen de militarisering van de openbare ruimte – onze veiligheidscultuur van virtuele slotgrachten, surveillancecamera’s en digitaal huisarrest, de invloed van videogames bij het Amerikaanse defensieapparaat en juist de militarisering van die games. Het resultaat is overtuigend. Het is bevrijdend om de stad niet meer te beschouwen als een statische fysieke eenheid, maar als een nodale structuur, waarin virtuele en reële systemen in elkaar overlopen. Waar schrijvers over ‘cybercities’ vaak blijven hangen in technologisch determinisme, in de zin dat de virtuele ruimte het zou gaan overnemen van de fysieke, stellen De Jong en Schuilenburg dat die twee elkaar juist aanvullen. De architectuurpraktijk zal de komende tijd nog niet drastisch veranderen door Mediapolis. Maar het boek is absoluut een basis waarop voortgeborduurd moet worden. Door theoretici en popfilosofen.

Elda Dorren in: NRC Handelsblad, March 30th 2007

Mediapolis is een meeslepend boek. De Jong en Schuilenburg schrijven met de gedrevenheid en enthousiasme van de fan. Met hun persoonlijk gekleurde voorbeelden nemen ze de lezer mee in de wervelstorm van de virtuele stedelijkheid. De Jong en Schuilenburg tonen zich initiatiefnemers, die met hun boek iets belangrijks neerzetten – onaf en onvolmaakt – dat vast en zeker door anderen verder ontwikkeld kan en zal worden.

Lotte Haagsma in: Metropolis M, nr. 3, 2007

In deze analyse maken de auteurs een voor Nederlandse begrippen wilde mix van continentale filosofie, cyberpunk, architectonische ideeën en poptheorie uit de jaren negentig. Dat laatste is direct een van de grootste kwaliteiten van het boek. Dat De Jong en Schuilenburg rijkelijk vissen in een bepaalde poel van ideeën (afrofuturisme, sampladelia, scenius in connectie met poststructuralisme) maakt de theoretische basis verrassend. De tweede kwaliteit van Mediapolis ligt in de wijze waarop deze kijk op popmuziek wordt geconfronteerd met denkbeelden over de stad.

Omar Munoz Cremers in: Open. Cahier voor kunst en het publiek domein, nr. 12, 2007

Een fascinerende reis door de stedelijke popcultuur. Mediapolis neemt ons mee op een bij vlagen duizelingwekkende reis door de wereld van populaire games en elektronische muziek. Met verrassende inzichten als resultaat.

Freek Kallenberg in: Gonzo (circus), nr. 80, 2007

Gelukkig meanderen De Jong en Schuilenburg er flink op los binnen de strakke, rationele opzet van hun publicatie. Het resultaat is een prettige en waardevolle, hoewel soms ‘dunne’ en niet altijd sluitende lawine van analyses, theorieën en informatie die de lezer uitdaagt en voorkomt dat deze de inhoud zomaar voor waar aanneemt.

Ernie Mellegers in: De Architect, May 2007

Wat hebben games als Grand Theft Auto, de muziek van Snoop ‘Doggy’ Dog, virtuele gemeenschappen als Second Life en de Japanse sociaal-maatschappelijke epidemie Hikikomori met elkaar gemeen? Ze gaan allemaal over de elektronische globalisering, en over de populaire massacultuur in het bijzonder. Alex de Jong en Marc Schuilenburg schreven er een boek over, Mediapolis, waarin ze compleet nieuwe begrippen introduceren als Urban Container en nodale stedelijkheid. Hun boodschap: pop- en e-cultuur hebben steeds meer invloed op onze leefomgeving én ons leven. ‘Iedere generatie moet haar eigen stad bouwen’.

Renson van Tilburg in: Identity Matters, nr. 3, 2007

The youth of today are experiencing urbanism without even have to get up off the couch. The preponderance of games set within violent cityscapes – be they ancient, modern, or glossy and futuristic – has brought more prominence to three dimensional design than 100 years of architectural modernism. But do we really want an entire generation growing up with the ability to spot potential sniper positions, or scared of going down into the cellar?

Wallpaper, April 30th, 2007

In their book Mediapolis Alex de Jong and Marc Schuilenburg aim at describing changes in our popular culture in relation to urban space. Theoretically based on postmodern philosophers such as Foucault, Deleuze, Zizek and others, their own observations and the detailed description of many other examples, de Jong and Schuilenberg paint a picture of a changing urban culture. (…) De Jong and Schuilenburg give important historical background information for their case studies, which is the strength of their publication. The examples de Jong and Schuilenburg have chosen are described and analyzed in detail. This book is a collection of examples from popular culture, and it is a treasure that gives insights into the cultural changes we are facing nowadays.

Karin Wenz in: Krisis. Journal for contemporary philosophy, nr. 1, 2008